we are experience designers

blog: het museumbezoek als spijbelmoment

2021-06-10

Wanneer onze musea hun deuren weer openen voor het publiek, zijn sommige dingen voorgoed veranderd. De invasie van digitale media in onze huiskamers dwingt musea en andere bestemmingen om hun aanbod te herzien. In een serie posts ga ik na wat er veranderd kan zijn en hoe slimme musea daarvan profiteren.

In deze eigenaardige slotfase van de pandemie ervaren we des te beter wat het is om sommige plekken niet te kunnen bezoeken. Zoals u weet ben ik die ervaringen aan het verzamelen en aan het onderzoeken, om nieuwe ideeën voor ruimtelijk ontwerp op te doen. Ik gebruik het gemis aan ervaringen als gevolg van de lockdown, om mijn eigen behoeften te onderzoeken en te begrijpen. Op die manier komen de functie en de betekenis van echte plekken voor mij in beeld. En omdat de halve wereldbevolking zich in deze situatie bevindt zouden daar ideeën voor post corona ontwerp uit kunnen volgen.

In mijn bestaan als experience designer heb ik de hele dag door intensieve gesprekken over ruimtelijk ontwerp, zakelijke randvoorwaarden en alle dingen die je als ondernemer aan je hoofd hebt. Daar moet je soms even úitbreken. Ik zet dan een onduidelijke afspraak in mijn agenda zodat niemand weet waar ik ben en - voor een uurtje - niemand mij mist. Ik wandel dan op mijn dooie eentje door de stad en heb, terwijl ik toch al 52 ben, het gevoel dat ik ouderwets aan het spijbelen ben. Heerlijk is dat!

Mijn uurtje absentie bestaat niet alleen uit een wandeling maar heeft een eigen, geheime climax. Ik ga naar een grillroom en bestel daar een broodje geroosterd vlees. Deze oriëntaalse vorm van barbecue heeft de wereld veroverd. Ik weet zeker dat er ook in uw land grillrooms zijn, waar u ook woont. Het zijn meestal vrij kale aangelegenheden, voornamelijk bezocht door mannen en ze serveren een eenvoudige kaart met verschillende variaties op shoarma, shaslick of dürum. De drankkaart is niet heel verfijnd. In Nederland bevat hij cola, melk en een zuur drankje uit Turkije dat Ayran heet.

Vanwege de geleidelijk opheffing van de COVID lockdown mogen deze tentjes in Nederland wel open zijn, maar je mag er niet aan tafel. Dus ik krijg mijn hoogtepuntje niet! Ik mag mijn broodje wel afhalen, maar dat is niet hetzelfde. Ik wil binnen zitten met een groepje ongezellige mannen. Ik wil in eenzaamheid mijn melk drinken. Maar dan wel omringt door andere stervelingen die voor een moment hun eenzaamheid delen. Een wonderlijke vorm van geestelijke opruiming, die Edward Hopper ooit heeft vastgelegd en verder door iedereen over het hoofd wordt gezien.

Dit kleine ritueel leert mij iets groots over experience design. En dat is dat opwekkende momenten niet spectaculair hoeven te zijn. Liever niet zelfs, want dat is het dagelijks leven al. Het is ook de vraag of ik behoefte heb aan veel nieuwe verhalen. Ik zie er immers elk uur honderden voorbijkomen op nu.nl en al mijn social media apps. En als we het toch over social hebben: ik hoef niet altijd een groepservaring te hebben. Een moment van afzondering kan ook prettig zijn.

Uw locatie wordt misschien wel dagelijks op die manier gebruikt. Een aantal van uw gasten heeft zich los geworsteld uit de woelige wereld en trakteert zich op een heerlijk momentje voor zichzelf. U bent hun spijbellocatie. Houdt u daar ook rekening mee in uw plannen? Het is heel prettig als er in een stad plaatsen zijn waarbij je niet outgoing hoeft te zijn, maar waarbij je juist uitgenodigd om in-going te zijn. Het is opmerkelijk dat we daar geen woord voor hebben.

Laten we een museum eens als narratieve tempel beschouwen waar mensen komen voor een geestelijk reinigingsritueel. Een oase van rust in ons jachtige bestaan, die biedt wat geen enkel digitaal medium biedt en wat ook thuis niet te vinden is: afzondering, een goed geregisseerde sfeer en de mogelijkheid om je voor enige tijd onder te dompelen in een belangwekkend verhaal. Met als belangrijkste gebeurtenis de ontmoeting met authentieke objecten en kunstzinnige uitingen.

Dit lijkt op het eerste gezicht een vreemde conclusie voor een experience designer. Wij staan erom bekend narratief vuurwerk te leveren aan musea en andere publieke plekken, om er zoals gezegd een experience van te maken. En hoe breder het arsenaal aan ervaringen wij bieden, des beter wij zouden zijn in ons vak. Hoe heftiger de emotie, hoe groter de impact. Selling the Sizzle, not the steak. Opdrachtgevers willen dat wij vooral veel ontwerpen. Hoe meer interactie, hoe beter.

Maar het idee van een narratieve tempel is alleen maar de vervolgstap op die gedachte. Het vangen van aandacht van bezoekers is de kern van ons werk, waarna we die aandacht nauwkeurig geleiden in de flow van het bezoek. Sterk belevingsontwerp maakt mensen aandachtig, remt ze af in hun vaart en pept ze op op precies het juiste moment. Net zoals een goede film een ritme heeft, met versnelling en vertraging, intensiteit en ontspanning en herkenning en verrasing.

En Edward Hopper heeft nóg iets in voor ons petto. Een museum herbergt een community of intention. Alle mensen in het gebouw, of die er nu werken of het bezoeken, weten één ding zeker van elkaar: ze stellen belang in hetzelfde onderwerp. Dat is een prettige ervaring en je hoeft er niks voor te doen. Denk aan de mannen in de grillroom. Voor geen goud zouden zij met elkaar gezellig willen doen. En juist daarom is het gezellig.

Tentoonstellingen maken is in essentie een sensueel vak: je leidt de aandacht van je gasten naar een plek waar ze graag willen zijn, maar waar ze op eigen houtje niet zo snel zouden komen. Dat is een spel van verleiding, waarbij je andere aandachttrekkers voorbij moet zien te komen. Denk daar eens aan als je je volgende briefing maakt. En mocht dat niet vlotten, dan is de shoarmabar snel gevonden.
 
- Stan Boshouwers

Dit is het derde artikel in een reeks over experience design in het post-corona tijdperk.
Bekijk hier alle blogs (LinkedIn).